';
KaRo Glasroodvinzalm

Zoom in

Artikelnummer: 4
Prionobrama filigera

Glasroodvinzalm - Prionobrama filigera

Herkomst

Ze behoren tot de familie van de Characidae of karperzalmen. Ze zijn afkomstig van Zuid-Amerika, meer bepaald het Amazonegebied. Ze leven voornamelijk in Zuidwest-Brazilië, maar ook in de rest van Brazilië, Equator, Colombia en Peru komen ze voor. Ze leven er aan het oppervlak van de grotere, open waters.

Levensverwachting

Onder de juiste omstandigheden kunnen ze tot 12 jaar oud worden.

Afmetingen

Ze worden gemiddeld zo’n 4 tot 5cm lang.

Uiterlijk

Deze kleine scholenvisjes hebben een witgrijs transparant lichaam met een opvallend rode staart.

Geslachts-onderscheid

Het verschil is redelijk moeilijk te zien. De vrouwtjes zijn meestal iets voller, hebben een dikkere buik. Beide geslachten hebben aan de voorzijde van hun anaalvin een opvallend wit streepje. Bij de volwassen mannetjes is de anaalvin verlengd en enkel bij hen is er net naast het wit streepje ook een zwart streepje te zien.

Aquarium

Het zijn actieve, sociale scholenvissen, die met een groep in een mooi beplant gezelschapsaquarium kunnen gehouden worden. Een aquarium van 50L of meer is aan te raden voor een schooltje van 5 of meer glasroodvinzalmen, samen met andere niet-agressieve vissen.

Ze kunnen zowel met (hele) kleine visjes, als met grotere vissen gecombineerd worden. Enkel met te agressieve vissen, zoals cichliden, kunnen ze niet samen gehouden worden. Voor de inrichting van het aquarium kunnen planten, rotsen, hout of andere decoratie gebruikt worden. Ideaal is veel randbeplanting en voldoende vrije zwemruimte in het midden.

Voorzie zeker voldoende schuilmogelijkheden, ook door middel van drijfplanten. Het zijn actieve vissen, die in groep vooral in het middelste en bovenste deel van hun aquarium zwemmen. Het zijn springers, zorg dat het aquarium goed afgedekt is, want ze hebben niet veel nodig om eruit te springen. Tip: gebruik donker grind, dit geeft minder stress aan de vissen en hun kleuren komen mooier uit.

Temperatuur

De ideale temperatuur is 22 à 25°C. Het is belangrijk om geen te grote schommelingen in temperatuur te hebben, daar kunnen ze witstip van krijgen.

Waterwaarden

Aan te raden is een pH van 5 à 7, een GH van 2 tot 7° DH, een KH tussen 1 en 5° Dh, geen nitriet (NO2), geen tot bijna geen nitraat (NO3 < 1mg/l) en geen Chloor.

Verzorging

Het houden van glasroodvinzalmen eist weinig tot geen ervaring en ze kunnen makkelijk gehouden worden. Ververs wekelijks 10% van het aquariumwater en voeg waterconditioner en goede, levende bacteriën toe om een goede waterkwaliteit te garanderen. Ze voelen zich het best in een aquarium met een goede filtering, een matige tot stevige stroming, een beetje extra beluchting en veel verstopplekjes tussen de planten en andere decoratie. Ze worden best in een groep van minimaal 5 stuks gehouden. Liever zelfs meer, hoe groter de school, hoe beter voor de vissen en hoe mooier. Bij een te kleine groep zullen ze zich onveilig voelen en meer schuw zijn.

Kweken

Het kweken met glasroodvinzalmen is niet eenvoudig. Plaats een kweekrijp koppel of een schooltje van evenveel mannetjes als vrouwtjes in een klein aquarium. Richt het aquarium in met heel grof grind, knikkers of een legrooster, fijnbladige planten en/of Javamos en gebruik een sponsfilter. Het water moet vrij zacht en licht zuur (Ph 6 tot 7) zijn en de ideale temperatuur is 26 tot 28°C. Zorg ervoor dat de visjes goed gevoed zijn met levend- of diepvriesvoer, zoals zwarte muggenlarven. Na het verduisteren van hun aquarium zullen ze al snel tot paren overgaan. De vrouwtjes zullen hun eitjes (tot 300 stuks) tussen de planten of het Javamos afzetten en de mannetjes zullen die direct bevruchten. Ze kennen geen broedzorg en de volwassen vissen moeten onmiddellijk na het paren van de eitjes worden gescheiden. Na 14 tot 36 uur komen de eitjes uit en nog eens 3 tot 4 dagen later zwemmen de hele kleine jongen vrij rond. Vanaf dan moeten ze eerst met infusoria en later met pas uitgekomen artemia gevoed worden

Voeding

Het zijn een echte alleseters. Ze eten droogvoer zoals vlokken, granulaat en voedertabletten en levend- en diepvriesvoer zoals watervlooien, tubifex en muggenlarven.

Een zo veelzijdig mogelijk dieet zorgt voor gezonde vissen met mooie kleuren!