';
KaRo Korenslang

Zoom in

Artikelnummer: 3
Pantherophis Guttatus

Korenslang - Pantherophis Guttatus

Herkomst

Ze zijn afkomstig van het zuiden van de Verenigde Staten tot het noorden van Mexico. De korenslang of rode rattenslang leeft er in subtropische bossen en rond landbouwgronden. Ze zijn meestal in de buurt van water terug te vinden. Ze jagen op Muizen en kleine ratten. Het is een bodembewoner die zowel in het wild als in een terrarium graag eens klimt en dat ook goed kan.

Algemeen

Samen met de koningspython zijn het de meest gehouden slangen. Omdat ze eenvoudig te houden zijn, zijn ze ideaal voor beginnende liefhebbers. Maar mede dankzij de vele verschillende kleuren worden ze ook vaak gehouden door meer ervaren liefhebbers.

Levensverwachting

Onder de juiste omstandigheden worden ze gemiddeld zo’n 15 tot 18 jaar oud.

Afmetingen

Deze lange, smalle wurgslang wordt gemiddeld 150cm lang, met uitzonderingen tot 190cm.

Uiterlijk

Iedere slang is verschillend van kleur en patroon. De grondkleur van de rug varieert van rood/bruin, oranje/rood, tot grijs/geel. Met zwart omrande rode of bruine vlekken. De buik is meestal zwart & wit geblokt. Jonge slangen zijn donker en fel van kleur en duidelijk afgelijnd, naarmate ze ouder worden, worden ze lichter van kleur en subtieler afgelijnd.

Kleuren

Er zijn heel veel verschillende kleuren en tekeningen, waarbij ieder exemplaar eigenlijk nog verschillend is. Veel voorkomend buiten de wildkleur zijn missing black, missing red en snow.

Naast diegene met donkere ogen zijn er ook albino-varianten met rode ogen. En naast de ‘normale’ vlekken op de rug zijn er ook met een streep, langgerekte vlekken of zelf mooi ronde vlekken.

Hanteren

1 van de redenen waarom ze zo populair zijn als huisdier is omdat, als ze onder de juiste omstandigheden gehouden worden, ze bijzonder tam zijn / kunnen worden. Ze zijn ook niet geneigd om te gaan bijten. Als een jonge korenslang toch eens moest bijten, dan geeft dit bijna geen wond en moet het gewoon eens ontsmet worden. Een slang heeft niet speciaal iets aan gehanteerd worden, maar ze wennen eraan en vinden het ook niet onprettig. Als je wil dat ze tam is als volwassen slang is het aan te raden ze van jongs af aan regelmatig te hanteren. Hou de slang rustig vast, laat ze rustig langs je vingers glijden en zeker niet knijpen! Als de slang juist gegeten heeft
en 1 à 2 dagen nadien moet ze extra rustig gehanteerd worden, voor de vertering.

Karakter

Het zijn goede jagers, ze gaan rustig op de geur van hun prooi af tot ze er dicht genoeg bij zijn.
Dan grijpen ze deze bliksem snel vest en wurgen ze de prooi.
Als ze geen hartslag meer voelen, laten ze los en slikken ze de prooi in 1 keer door.

Verzorging

Besproei regelmatig met lauw water (zeker de jonge slangen), voorzie een grote waterbak (afhankelijk van de grootte van de slang) en zorg voor een grotje met vochtig mos of turf. Voldoende vochtigheid is belangrijk om makkelijk te vervellen. Een slang die groeit zal vervellen en een slang groeit zijn of haar volledige leven. Jonge slangen groeien het snelst en zullen dus vaker vervellen dan volwassen slangen. Een jonge slang vervelt ongeveer om de 2 maand en een volwassen slang nog 1 of 2 keer per jaar. Als de opperhuid te klein wordt, zullen de huid en de ogen een blauw/witte schijn krijgen. 3 à 4 dagen later zijn de ogen weer mooi helder en nog een paar dagen later zal de slang vervellen. Geef tijdens deze periode geen eten, de slang zal toch geen nood aan voeding hebben en zal niet eten. De slang zal met de kop tegen een ruw oppervlak (zoals een steen of tak) wrijven. Als de huid bij de lippen open barst, zal de slang langs daar uit de oude huid kruipen. Ideaal is als de slang mooi in 1 geheel vervelt en dit duurt meestal 15 tot 60 minuten.

Ze stellen weinig eisen aan verwarming. Er kan zowel van een warmtemat, -kabel, als een -lamp gebruik gemaakt worden. De gemiddelde dagtemperatuur is 25 tot maximaal 30°C. En zorg voor een iets warmere en een iets koelere plek in het terrarium, zodat de slang haar ideale temperatuur kan kiezen. ‘s Nachts mag de temperatuur dalen tot 18 à 20°C. UV-licht mag, maar is niet noodzakelijk.

Zorg wel dat er een lichtbron is en voorzie in de zomerperiode 12 tot 14 uur licht.

Vanaf november tot januari doen gezonde, volwassen dieren voor enkele weken een winterrust. Geef nog 8 tot 10 uur licht en laat de temperatuur enkele graden dalen. De slangen zullen dan minder bewegen en minder eten/drinken. Na enkele weken wordt de temperatuur en de uren licht weer opgevoerd. En zullen ze terug actiever worden en richting paarperiode gaan

Huisvesting

Voor 1 Slang is een terrarium van 80 x 40 x 40cm voldoende, voor 2 is een terrarium van minimaal 100 x 50 x 50cm nodig. Korenslangen zijn echte ontsnappingskunstenaars, zorg dat het terrarium goed afgesloten is en voorzie een slotje. Als bodembedekking kunnen beukensnippers, (repti) bark of aspen snake bedding gebruikt worden. Naast een waterbak en een grotje mogen enkele stenen (zeker 1 onder de lamp) en een grote tak om te klimmen zeker niet ontbreken. Verder kan het terrarium nog aangekleed worden met enkele kunststof (klim)plantjes en andere decoratie.

Kweken

Als een koppel in eenzelfde terrarium zit is het wachten op een spontane paring in de lente. Zitten ze gescheiden, dan worden ze enkele dagen na de winterrust samen gezet voor 2 dagen (het vrouwtje bij het mannetje). Na 3 à 4 dagen gescheiden te zijn, terug samen voor 2 dagen en dit een paar keer herhalen. Het mannetje zal eerst licht schokkend door het terrarium kruipen, waarna hij heen en weer over het vrouwtje zal kruipen. Als zij paringsbereid is, zal ze het beantwoorden door traag en lang gerekt door het terrarium de kruipen. Vervolgens zal het mannetje zijn staart onder dat van het vrouwtje te brengen en dan zal hij 1 hemipenis in haar cloaca (geslachtsopening) inbrengen. Het volledige paringsritueel kan enkele uren duren. Het ideale paringsmoment is enkele dagen nadat het vrouwtje verveld is. Tijdens de volledige paringsperiode zal het mannetje weinig tot niets eten, het vrouwtje moet goed eten (zelf extra) in deze periode. Het vrouwtje zal een vochtige plek zoeken(grotje met vochtig mos of turf) om daar haar eitjes te leggen (vindt ze zo geen plek kan dit leiden tot legnood). Zo’n 45 (tot maximaal 60) dagen na een geslaagde paring zal het vrouwtje 5 tot 25 eitjes leggen. Hoe groter de slang, hoe groter de langgerekte eitjes kunnen zijn.

Binnen de 24 uur moeten de eitjes stil liggen in een broedmachine speciaal voor reptielen.

De eitjes mogen niet meer gedraaid worden vanaf dan, anders kan het embryo sterven.

De ideale temperatuur is 26 tot 30°C en een luchtvochtigheid van 100%.

Leg de eitjes in een bakje met vochtig vermiculiet en zodat ze elkaar niet raken. De eitjes worden niet meer aangeraakt of nat gemaakt, een bakje water zorgt voor voldoende vochtigheid. De eitjes komen na ongeveer 55 tot 75 dagen uit, met enkele dagen tussen het eerste en het laatste ei.

In een broedkast komt een heel groot deel van de eitjes uit, zeker in vergelijk met in het wild.

Jonge korenslangen zijn zo’n 20 tot 35cm lang en na ongeveer 1 week zullen ze voor het eerst vervellen, nadien mogen ze ook voor het eerst gevoed worden.

Ideaal is om de jonge korenslangen in kleine bakjes te houden, zodat ze niet te veel stress ervaren en goed eten en groeien. Voorzie daarin zeker een grotje en een drinkbakje.

Voeding

Het zijn echte carnivoren, ze wurgen hun prooi en eten ze dan in 1 keer op. Jonge korenslangen eten gemiddeld om de 5 dagen, naarmate ze ouder worden mag dit evolueren tot eens per 10 dagen. Jonge korenslangen eten babymuisjes. Hoe ouder/groter ze worden, hoe groter de prooi mag zijn. Ze halen alle voedingstoffen (inclusief calcium en alle noodzakelijke vitamines) uit hun prooien. Als maat voor de prooien geldt maximaal de dikte van het dikste punt van het lichaam van de slang. Jonge korenslangen mogen zelf een klein beetje dikker te eten krijgen dan hun dikste punt.

Zoals bij veel reptielen kan het ook bij een slang geen kwaad als ze eens niet willen eten, probeer het gewoon enkele dagen later nog eens, meestal zullen ze dan wel eten. Als ze na enkele weken nog niet eten, moet er wel ingegrepen worden, want na een tijdje worden ze te zwak om te eten en zullen ze sterven. Ideaal is tegen de avond voederen, zodat ze ’s nachts rustig kunnen verteren.

In een ander, kleinere terrarium voederen is ook handig, zeker als er meerdere slangen in 1 groot terrarium zitten. Het heeft als voordeel dat ze niet zullen aanvallen/bijten omdat ze denken dat ze misschien eten krijgen als je het terrarium opent. Ook kunnen ze de prooi makkelijker vangen in een kleiner terrarium (zonder decoratie). En tenslotte maakt de muis het terrarium niet vuil.