';
KaRo Zwaarddrager

Zoom in

Artikelnummer: 4
Xiphoporus helleri

Zwaarddrager - Xiphoporus helleri

Herkomst

Deze populaire en sterke aquariumvisjes behoren tot de familie van de levendbarende tandkarpers (Poeciliidae).
Bij deze familie leggen de vrouwtjes geen eitjes, maar worden deze inwendig uitgebroed.
Ze zijn afkomstig van Centraal-Amerika, meer bepaald Mexico, Guatemala en Honduras. Daar leven ze in ondiepe, stukken van, rivieren, (begroeide) vijvers en beken. Deze actieve visjes leven in grote groepen met een hiërarchie.

Levensverwachting

Ze worden gemiddeld 2 tot 5 jaar oud.

Afmetingen

De vrouwtjes worden meestal zo’n 11 à 12cm lang, de mannetjes blijven iets kleiner, zo’n 8 tot 10cm (zonder zwaard).

Uiterlijk

Deze eenvoudig te houden groepsvissen zijn in de natuur overwegend groen, maar komen in gevangenschap in vele kleuren voor. Qua uiterlijk lijken ze hard op een platy, maar ze zijn opvallend langer gevormd.
En verder hebben de mannetjes van de zwaarddragers een zwaard (verlengde van de staart).

Kleuren

De meest gekende zijn oranjerood tot dieprood, maar er zijn ook meer gele, rode met zwart, wagtail, tuxedo, witte, groene, grijze, zwarte, gevlekte en zelfs een albino variant. En er zijn ook varianten met een extra hoge rugvin of een langere staart.

Geslachtsonderscheid

Het verschil is duidelijk te zien, zeker als ze volwassen zijn. De mannetjes hebben dan een mooi, lang zwaard aan het einde van hun staart. Bij sommige komt dit al vroeg (na 3 maand), bij andere pas na 1 tot anderhalf jaar. Daarom denken sommige dat hun vrouwtje een mannetje geworden is, maar in feite zijn dit mannen die hun zwaard later krijgen. Die latere hebben meestal sneller een groter lichaam. Het zwaard van een volwassen man wordt gemiddeld zo lang als de helft van hun lichaam.
De mannetjes hebben meestal een kleiner en fijner lichaam. De vrouwtjes zijn iets groter en vooral dikker.
De aarsvin ziet er ook anders uit, deze is rond bij de vrouwtjes en meer recht bij de mannetjes.
Bij de mannetjes is de aarsvin eigenlijk omgevormd tot een voortplantingsorgaan (gonopodium).
Tenslotte is er bij volwassen vrouwtjes vaak ook een drachtigheidsvlek te zien.

Aquarium

Het zijn scholenvissen, die altijd in groep worden gehouden. Een groep bevat altijd meer vrouwtjes dan mannetjes,
hou 2 tot 4 vrouwtjes per mannetje. Let ook op met meerdere mannen, hou slechts 1 man of anders minimaal 4 stuks,
anders kunnen ze onderling vechten. Ze kunnen in een gezelschapsaquarium gehouden worden, met andere sociale vissen.
Ze zwemmen een beetje overal, maar meestal in de middelste en bovenste waterlaag.
Een klein groepje kan al in een aquarium van minimaal 50L gehouden worden. Een degelijke filter, verwarming, beluchting en verlichting mogen zeker niet ontbreken.
Zorg ook altijd voor een deksel of dekruit, want ze durven (eruit) springen. Voor de inrichting van het aquarium kunnen planten, rotsen, hout of andere decoratie gebruikt worden. Als er echte planten in het aquarium gezet worden, let er dan op dat ze genoeg kunnen groeien, anders gaan ze verdwijnen, want ook zwaarddragers eten graag aan planten.
Veel planten betekent ook veel verstopplekken voor de baby’s, waardoor er minder opgegeten worden.

Ideaal is rondbeplanting om te kunnen schuilen en zeker voldoende vrije zwemruimte in het midden, want deze actieve vissen hebben die ruimte zeker nodig.
Tip: gebruik fijn, donker grind of rivierzand, dit geeft minder stress aan de vissen en hun kleuren komen mooier uit.

Temperatuur

De ideale temperatuur is 24°C, maar mag tussen 22 en 28°C liggen.
Het is belangrijk om geen te grote schommelingen in temperatuur te hebben, daar kunnen ze witstip van krijgen.

Waterwaarden

Aan te raden is een pH van 7 tot maximaal 8, een GH van 7 tot 20° DH, een KH tussen 3 en 12° Dh,
geen nitriet (NO2), geen ammoniak (NH3) en bijna geen nitraat (NO3 < 25mg/l).

Verzorging

Het houden van zwaarddragers eist weinig tot geen ervaring, mits de juiste verzorging kunnen ze makkelijk gehouden worden. Ververs wekelijks 10 tot 20% van het aquariumwater en voeg waterconditioner en goede, levende bacteriën toe om een goede waterkwaliteit te garanderen. Ze voelen zich het best in een aquarium met een goede filtering, een beetje extra beluchting en veel verstopplekjes tussen de planten en andere decoratie.

Zorg voor een goede mannetjes/vrouwtjes verhouding, anders kan dit voor stress zorgen in het aquarium.

Kweken

Ze kweken heel gemakkelijk en stellen geen bijzondere eisen qua waterwaarden.
Ze zijn levendbarend, ze leggen geen eitjes, de bevruchting van de eitjes gebeurt inwendig en er worden direct jongen geboren. Vrouwtjes zijn na 6 maand vruchtbaar, bij mannetjes kan dat langer duren. Als enige levendbarende hebben de mannetjes een uitgebreide balts. Ze krommen hun zwaard en zwemmen heel snel achteruit om de vrouwtjes te imponeren.
De vrouwtjes kunnen sperma opslaan en verdelen voor meerdere bevruchtingen en de zwangerschap duurt ongeveer 4 weken. Per bevalling kunnen er 10 tot 70 jongen geboren, ze zwemmen direct zelfstandig rond en moeten een verstopplek zoeken tussen de (drijf)planten, anders worden ze opgegeten.
Zowel de eigen ouders, als andere vissen zullen baby’s opeten. De snelste en de slimste zullen overleven, maar wil je toch meer jongen groot brengen, dat kan. Dan moeten zwangere vrouwtjes apart gezet worden in een kweekbakje en direct na de bevalling terug van de jongen gescheiden. De jongen blijven dan minstens 3 à 4 weken in hun kweekbakje.
De jonge visjes eten fijn diepvriesvoer en heel fijn droogvoer.

Voeding

Het zijn alleseters, ze eten droogvoer (vlokken, granulaat en voedertabletten), levend voer en diepvriesvoer.
Ze eten ook wel wat planten en alg, daarom is het goed om voeding met spirulina te geven.
Belangrijk is ook om voldoende eiwitten te geven, zeker voor de kwekende vrouwtjes. Een zo veelzijdig mogelijk dieet zorgt voor gezonde vissen met mooie kleuren! Ze mogen 1 of 2 keer per dag een kleine hoeveelheid voeding krijgen.
Maar geef niet te veel per keer, geef wat ze in ongeveer 1 tot anderhalve minuut op krijgen.