';
KaRo Zilverbekje

Zoom in

Artikelnummer: 1
Lonchura cantans

Zilverbekje - Lonchura cantans

Herkomst

Deze Afrikaanse prachtvinken kent eigenlijk 2 ondersoorten.

De ene leven in Mauritanië, Senegal, Gambia en zuid Soedan.

En de andere in Zuid Arabië, Oost Soedan, Somalië en Tanzania.

Afmetingen

Gemiddeld 11cm

Uiterlijk

Uiterlijk lijken ze sterk op het loodbekje. In de natuur zullen ze elkaar niet tegenkomen,

de loodbekjes zijn van Azië en de zilverbekjes leven in Afrika.

Een kruising tussen de 2 soorten is in tegenstelling tot de meeste kruisingen wel vruchtbaar.

Uiterlijk zijn er naast vele gelijkenissen wel enkele duidelijke verschillen.

Het eerste verschil is de kleur van de snavel, deze is lichter (zilverkleurig) bij de zilverbekjes.

Ook is de stuit zwart in plaats van wit zoals bij de loodbekjes.

De rest van de kleur is algemeen iets lichter, iets zachter dan bij de loodbekjes.

De wildkleur vogeltjes hebben een bruin kopje, rug, vleugels en staart, een licht bruine borst

en een witte buik. Tenslotte hebben ze vleeskleurig roze pootjes.

Geslachts verschil

Uiterlijk is er tussen de mannen en de poppen bijna geen waarneembaar verschil.

De enige zekerheid is de (zachte) zang van de mannetjes.

Soms zijn de mannetjes forser gebouwd en iets donkerder van kleur.

Kleuren

Er bestaan naast de wildkleur ook enkele kleurmutaties:

donkerbuik, bruin, donkerbuik bruin, pastel, isabel en wit (ino).

Huisvesting

Ze kunnen zowel in een sierkooi, in een kweekkooi, in een binnen-, als in een buitenvolière gehouden worden. In een buitenvolière kunnen ze in de winter buiten blijven, als er een tocht- en vorstvrij nachthok aanwezig is. Ze kunnen best per koppel gehouden worden, nooit alleen.

Ze hebben een zacht karakter en in een gezelschapsvolière kunnen ze makkelijk bij soortgenoten, andere exotische vogels, inlandse vogels en kanaries.

 Ze nemen graag een bad, dus voorzie dat ook regelmatig.

Het zijn nestslapers, dus als ze kunnen kiezen dan verkiezen ze een nest boven een stok.

Broedvoorzieningen

Het ideale nest is een gesloten of halfopen nestkastje van ongeveer 10 x10 x 12cm met een opening van minimaal 3cm. Of een exotenkorf in pitriet of kokos.

Dit zullen ze afwerken met nestmateriaal voor exoten (jute – kokosvezel – sisal – dierlijk haar).

In een beplante volière kunnen ze zelf een mooi rond nestje maken in een struik.

Kweek

Al snel zal het popje 4 tot 6 eitjes leggen, die door beide ouders uitgebroed worden.

Na 12 tot 14 dagen zullen de eitjes uitkomen.

De jongen blijven ongeveer 3 weken in het nest waar ze door beide ouders gevoerd worden.

En na het uitvliegen worden ze nog 2 weken door hun ouders (bij)gevoerd tot ze volledig zelfstandig zijn. In een kleine kooi kunnen de jongen al snel van de ouders gescheiden worden, want op de leeftijd van 2,5 tot 3 maand zijn de jonge vogels al mooi op kleur

en nog moeilijk van de ouders te onderscheiden.

In een voldoende grote kooi of volière kunnen ze wel perfect bij de ouders blijven.

Een gezond koppel kan 2 tot maximaal 3 nesten per jaar grootbrengen.

Voeding

Een zadenmengeling voor tropische vogels is het hoofdvoer,

dit kan aangevuld worden met Japanse millet, onkruidzaden en trosgierst.

Vooral tijdens de kweekperiode eivoer, een universeelvoer, kiemzaden en levend voer aanbieden.  En grit (en/of maagkiezel) en sepia moeten altijd aanwezig zijn.